Utrecht, woensdag 20 oktober, 15.30
oktober 20th, 2010(Column voor LēF Rituelen, jaargang 11, nummer 3)
Utrecht, woensdag 20 oktober, 15.30
Dit is mijn 200ste ‘halfvier’. Elke dag om halfvier ‘s middags een korte tekst. Soms is het één zin, soms een halve pagina, heel soms een afbeelding, meestal zijn het twee à drie zinnen. Dit ritueel is begonnen toen ik in Italië op donderdag 5 april 2010 om 15.15 How Proust can save your life van Alain De Botton las. Hij heeft het over een oproep in de Parijse krant L’Intransigeant in de zomer van 1922. De oproep is ongeveer als volgt: stel dat een Amerikaanse wetenschapper meldt dat de wereld tot een einde komt op zo’n manier dat miljoenen mensen zullen sterven. Wat zul jij dan doen in dit laatste uur?
Turijn, maandag 5 april, 15.30
Tweede paasdag in Italië. Lunch met Torta Salata en ‘boxes’ gespeeld. Ik zou gaan wandelen. Richting de besneeuwde bergtoppen aan de andere kant van het dal.
Sinds die dag denk ik elke dag op hetzelfde tijdstip na over wat ik zou doen in mijn laatste uren. Of in elk geval, dat is het idee. Soms blijkt dat ik maar gewoon iets opschrijf. Soms schrijf ik daadwerkelijk wat ik op dat moment wil doen, soms beschrijf ik wat ik op dat moment blijf doen, soms waarvan ik droom. Ik denk na over alle mooie dingen die ik sowieso zou kunnen doen, ook als dit bericht niet in de krant zou staan. Op de dag dat ik mijn column schreef voor de vorige LēF:
Berlijn, dinsdag 15 juni, 15.30
Kleine barretjes langs het water, een markt in een achterafsteegje en een club op een industrieterrein, karaoke in het park, concerten in een huiskamer en een openluchtbioscoop in een achtertuin. Ieder moment en iedere plek is goed voor zowel ontbijt als een biertje. Iedere dag weer hoor je iets nieuws, is er iets gaande, moet je écht daar naar toe! ’s Ochtends, ’s middags, ’s avonds, ’s nachts, van woensdagochtend tot en met dinsdagochtend. En op die dinsdag plof je afgemat neer, in je bed of in het park. Eindelijk een dagje rust.
En ook gisteren dwong ik mezelf weer in mijn ritueel:
Utrecht, dinsdag 19 oktober, 15.30
Warm geblazen door brandend gas kijk ik naar buiten waar het koud is. Twee konijnen zitten stil terwijl de wind witte gaten in hun bruine vacht blaast. Mijn koffie wordt koud in de warme kamer en ik wil liever een konijn zijn.