Ursus Ludens

september 23rd, 2008

(Geschreven voor summerschool kunstkritiek, Het Theaterfestival Antwerpen, VTI)

Hotel ModernRococo
Antwerpen, Bourla, 22 augustus 2008

Een georganiseerde chaos: dozen, bubbeltjesplastic, allerlei objecten en twee stille figuren met berenmaskers uitgestald op een wit plastic zeil. Het publiek komt binnen en is gedwongen over het knallende bubbeltjesplastic naar zijn plek te lopen. Het geluid hiervan is nog maar net uitgedoofd als er leven in een van de beren komt. Liggend op een trolley rolt de beer naar voren. Het voorzichtige geknal van het publiek maakt plaats voor het geratel van een mitrailleur: het spelen is begonnen.

Ieder object verandert in de handen van de beer in speelgoed, iedere handeling in spel. De pop die centraal op het toneel staat, wordt een vriendje met wie ze contact zoekt. De schuimen buis is in haar handen een voelspriet waarmee ze de wereld aftast. Ook de tweede beer wordt wakker. Geen tijd om te eten, direct spelen! Hij gooit dozen leeg op zoek naar de meest interessante speeltjes. De spanningsboog van de beren is kort. Ieder object is al snel niet interessant meer, of is dat plots weer wel als nieuwe combinaties worden bedacht. Twee ontstoppers en een schuimen buis zijn los van elkaar niet erg boeiend, maar blijken samen een futuristische gedachtelezer, transformeren dan ineens in twee benen.

De spelers van Hotel Modern brengen in Rococo als kinderen ieder object tot leven. De belangrijkste gereedschappen zijn daarbij hun eigen lichamen, een onuitputtelijke fantasie en later een vingercamera en een projectiescherm. Daarmee filmen en vergroten zij een minituurwereld. Ze tonen hoe de functie van een object niet bij voorbaat vast ligt. De wereld van Rococo is er een waarin geen betekenissen bestaan en waarin alles kan en mag. Een onschuldig universum waarin spelen aan de basis staat van het leven.
De beren doorzoeken vol overgave en met veel plezier hun eigen kleine paradijs. Langzaam verandert de ruimte in een visuele kakofonie waarin niets meer een plek heeft, maar waar toch een zekere constante is. Het licht benadrukt de steeds veranderende onveranderlijkheid. Na iedere black-out blijkt op het toneel alles hetzelfde. Plots wordt er van bovenaf ingegrepen. Gewaarschuwd door geruis en gedonder kijken de beren verschrikt en schuldig in het rond. Eén helft van het vloerzeil wordt naar boven opgetrokken. Het rijzende zeil gooit al het rondslingerende speelgoed als troep op een hoop. Een volwassen ingreep in een kinderwereld?
Het is een reactie op het veranderende gedrag van de beren. Ook de ursus ludens wordt volwassen en volwassenen spelen slechts stiekem. In kleine kamertjes waar niemand kijkt, of waar men toch in ieder geval zelf het perspectief bepaalt door (zich)zelf te filmen. Het enige spel dat de beren rest, is seks. Ze gebruiken de vingercamera’s om seks tussen poppentorso’s te tonen op het scherm. Eerst in groezelige kamertjes met een selectie van opgewonden rococobeeldjes als toeschouwers, maar angstvallig geheimgehouden voor de boze buitenwereld. Dan is de schaamte overwonnen en presenteren de beren de microseks op spectaculaire wijze. Kleine koorddansers en trapezeartiesten penetreren elkaar onder het gejuich van het publiek. Het spelen in de eigen paradijselijke gedachtewereld is verworden tot een circusnummer.
Tot het vloerzeil wordt opgetakeld, een grove ingreep van bovenaf. De vrijheid van de beren is aan banden gelegd en ze geven het spelen op. Ze wijden zich aan een vuurtje en wat te eten.

Leave a comment